Natuur

Bergermeer en Loterijlanden

De Bergermeerpolder (ca 620 ha) ligt tussen Bergen en Alkmaar. Samen met de diverse omringende polders vormt de Bergermeer een overgangszone tussen de binnenduinrand in het westen en de oude strandwallen in het oosten (Alkmaar-Heiloo).
De Bergermeer werd ingepolderd tussen 1563 en 1579. Daarvoor bevonden zich er vele kleine eilandjes en landstroken. In die tijd moet de Bergermeer een waar eldorado voor vogels zijn geweest.
Een groot deel van de Bergermeerpolder was lang in gebruik als grasland.

Met de aanleg van een militair vliegveld in 1938 vond de eerste grote verandering plaats. Na de laatste WO bleven vele bunkers als herinnering aan die tijd achter.
Vanaf de zestiger jaren vonden nieuwe ingrepen in het tot dan redelijke ongerepte polderlandschap plaats. Een sportcomplex, stedelijke uitbreiding (Alkmaar). Het thans aanwezige bollenland (ca 60 ha) dateert van begin tachtiger jaren van de vorige eeuw en was het resultaat van ontbrekend planologisch beleid.
Een andere trieste ontwikkeling was de komst van het gaswinningplatform. Eén van de directe gevolgen was het verdwijnen van een druk bezette baltsplaats van de Kemphaan.

Maisteelt, nieuwbouw in het fraaie weidelandschap, egaliseren van weiland, overbemesting. Bekende ontwikkelingen die allemaal; één ding gemeen hebben: de verliezende partij is altijd de natuur en in een later stadium de mens.

Plaatsen die tot op de dag vandaag doet herinneren aan vervlogen tijden zijn de Loterijlanden gelegen tussen de Groeneweg en de Bergerweg en het weidelandschap gelegen achter het MOB complex.
De Loterijlanden worden gevormd door een aantal aaneengesloten graslandpercelen in het centrale deel van de
Bergermeerpolder. De ca 25 ha bloem- en vlinderrijke graslanden met greppeltjes zijn voor weidevogels aanmerkelijk interessanter dan de intensief bewerkte biljartweilanden en bollenland.

Natuur
De Loterijlanden liggen laag en zijn vochtig met invloed van brak grondwater. Lang geleden waren de Loterijlanden niet in trek bij boeren. Zij werden jaarlijks door de eigenaar, het waterschap, bij loting verdeeld. Vandaar de naam!

De invloed van brak kwelwater zorgt voor een bijzondere vegetatie. In de bloem- en vlinderrijke graslanden groeien dotterbloem, echte koekoeksbloem en rietorchis.

De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) afdeling Regio Alkmaar inventariseerde de flora van de Loterijlanden in 2006. Er werden ruim 90 soorten hogere planten vastgesteld. Waaronder maar liefst zeven soorten zeggen, schorrenzoutgras, veenpluis, grote ratelaar en pinksterbloem.

In de Atlas van Plantengemeenschappen wordt de Associatie van boterbloemen en waterkruiskruid (Ranunculo-Senecionetum aquatici) beschreven, een associatie van het Dotterbloem-verbond (Calthion palustris), die veel kenmerken weg heeft van de vegetatie van de Loterijlanden. Tegenwoordig ontstaat de associatie dikwijls op plaatsen waar venige graslanden die tot voor kort min of meer intensief beweid werden, in verschraling zijn genomen. De associatie is niet gebonden aan afstromend of opwellend water, maar heeft genoeg aan winterse overstroming met basenrijk water.

De graslanden langs de Groeneweg worden niet echt overstroomd. Wel blijven er ’s winters langdurig grote plassen staan op de laagste delen, waarbij wellicht voldoende voedingsstoffen vrij komen om op een overstromingsgrasland te lijken. Misschien treedt er bovendien ook nog wat kwel op, de duinen liggen immers in het zicht. Aan de noordzijde van Bergen komen in het weidegebied ook kwelindicatoren voor op enkele kilometers van de duinen.

Veenpluis is niet strikt aan een zuur milieu gebonden. Het talrijk voorkomen van deze plant in onze omgeving wijst doorgaans op matig tot sterk zuur terrein, waar het water in samenstelling sterk met regenwater overeenkomt.
De verzuring van het terrein is ook te zien in de flinke hoeveelheid pitrus op sommige percelen. In de winter vallende de bossen pitrus het meeste op. Na het maaien vindt er nabeweiding plaats, waarbij alle vegetatie, behalve de pitrus wordt afgegraasd. De pitrus krijgt hierdoor een concurrentie voordeel.

En dan de brakke invloed. Weeda schrijft over schorrenzoutgras dat de soort in de regel in zoutvegetaties staat, of op plekjes met brakke kwel in grasland. Komt er dan brakke kwel naar boven in de Loterlijlanden? Dit zou dan brakke kwel moeten zijn die onder de duinen door de Loterijlanden zou bereiken om hier omhoog te komen. Dit zou op zich mogelijk kunnen zijn.
Of het zou om kwelwater moeten gaan dat op zijn reis in de ondergrond verbrakt, doordat er bijvoorbeeld een zoute veenlaag in de ondergrond zit. Er staan echter geen andere brakke soorten in de buurt.
De vraagt rijst daarom of het wel echt om brakke kwel gaat. Weeda schrijft dat schorrenzoutgras ook gevonden wordt in zoete graslanden, bijvoorbeeld in moerassige graslanden nabij de kust. Voor zover deze groeiplaatsen niet te ver van de kust liggen zou men hier nog aan het inwaaien van verstoven zeewater kunnen denken. Vergelijkbare groeiplaatsen zijn in andere landen echter ook op grote afstand van de kust te vinden.
Een verklaring voor het af en toe optreden van schorrenzoutgras ver buiten elke zoutinvloed is nog niet te geven.
De KNNV afdeling Regio Alkmaar trof tijdens haar bezoeken in het kader van de inventarisatie vele vlinders aan waaronder tientallen bruine zandoogjes maar ook koolwitjes, kleine vos en atalanta.

Grutto. Foto Jan Stok, Alkmaar

Vogels

De Bergermeer is nog steeds een goede plaats voor weidevogels. Vanaf de Groeneweg die dwars door de Bergermeer loopt zijn afhankelijk van de tijd van het jaar weidevogels uitstekend te zien en te horen.
Tureluur, Scholekster, Grutto, Kievit behoren nog tot de regelmatige broedvogels en voor een deel hebben deze vogels er ook rustplaatsen. 80% van de Scholeksters rust in de Loterijlanden. Voor de

Scholekster. Foto Jan Stok, Alkmaa

Grutto is het zelfs de laatste rustplaats in de polders rond Bergen.
De Scholekster en de Grutto worden vermeld op de Rode Lijst en dat betekent dat deze soorten in hun voorkomen worden bedreigd. Zij verdienen extra bescherming.

De voorheen algemeen aanwezige Kemphaan had tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw een goed bezette baltsplaats, exact gelegen onder het huidige gaswinningplatform. Na de vestiging van dit industriële complex was het definitief gedaan met de Kemphaan in de Loterijlanden. Ook deze bijzondere vogelsoort
staat de Rode Lijst van sterk bedreigde vogelsoorten.

Kemphaan. Foto Jan Stok, Alkmaar

De ontwikkelingen in de vogelstand in de Bergermeer inclusief de Loterijlanden is door de loop der jaren regelmatig onderzocht. Meer dan 45 jaar terug werd al geschreven dat dit deel van de Bergermeerpolder tot het beste deel behoorde (Monsees, 1962). In 1986 en 1988 volgden nieuwe tellingen en met name Roobeek besteedde veel tijd en energie aan het regelmatig inventariseren van de verschillende vogelsoorten.

De resultaten van het op veel percelen in de Loterijlanden gevoerde reservaatbeheer komt duidelijk tot uiting in het feit dat juist hier veel territoria van de verschillende weidevogels worden gevonden (Roobeek,1997) Meer dan 70% van der Schokekster en Kievit broedde in de Loterijlanden. Met name kritische soorten als Tureluur en Grutto deden het daar opvallend goed.

Kuifeend en Tafeleend zijn redelijk recent als broedvogel neergestreken. Eerstgenoemde heeft zich gehandhaafd.

In 1994 keerde de Zomertaling terug. In de zestiger jaren van de vorige eeuw was deze fraaie eend jaarlijks aanwezig doch de soort verdween nadien. Ook in 1994 broedde er een Kleine plevier en werd er voor de eerste maal een

Zomertaling. Foto Jan Stok, Alkmaar

nest van een Zilvermeeuw aangetroffen.
Storm- en Kokmeeuwen en Visdieven hebben in de Loterijlanden een kleine kolonie.
De Loterijlanden blijken een steeds prominentere rol voor de weidevogels in de Bergermeer te vervullen (Roobeek 1997) Terwijl in andere delen van de polders rond Bergen de weidevogels in aantal afnamen, geldt dat niet voor de Loterijlanden.
In andere delen van de polder is het agrarisch gebruik dikwijls zo intensief dat er weinig ruimte voor weidevogels overblijft.

Huidig beheer en toekomst
Omstreeks 1992 zijn de Loterijlanden gepacht door de toenmalige Stichting het Noordhollands Landschap (nu Landschap Noord-Holland). Later zijn de pachtrechten overgedragen aan Natuurmonumenten die tot op heden het natuurgebied beheert.
Er wordt gewerkt aan verbetering van het oppervlaktewater. Dat is nodig omdat de landbouw in de omgeving door gif en mest het water verontreinigt. Er wordt schoon duinwater het gebied in gebracht.

Bebouwing, verhekking , aardgas activiteiten en in zijn algemeenheid ‘verrommeling’ van het landschap vormt evenzeer een bedreiging voor dit fraaie open landschap.

De toekomst ziet er niet positief uit voor dit fraaie open polderlandschap aan de Poort van Bergen. Alle zeilen zullen moeten worden bijgezet om dit stuk bijzondere natuur niet alleen voor planten en vogels te behouden maar ook voor de recreant die het gehele jaar door kan genieten van een weidelandschap aan de voet van de duinen zonder dat zijn blik vertroebeld wordt door industriële nederzettingen en andere vormen van minder- of niet gewenste activiteiten.

Tureluur. Foto Jan Stok, Alkmaar

De Loterijlanden zijn als zg. Belvédèrelandschap onderdeel van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur.

Goed om te weten
Bij het samenstellen van dit artikel werd onder meer dankbaar gebruikt gemaakt van :
Korstanje, P
2006 Flora-inventarisatie Loterijlanden. Plantenwerkgroep van de KNNV-IVN.
2007 Loterijlanden herbergen bijzondere vegetatie. Blad nr. 8:19
Monsees, G.R.
1962 De Groeneweg e.o. als centrum van de vogelwereld in de Bergermeerpolder. De Pieper 1:2-4.
Roobeek, C.F.
1986 De broedvogels van de polders tussen Alkmaar en Bergen in 1986. De Kleine Alk 4:97-101
1988 Weilandvernieuwing en de gevolgen voor weidevogels in de oostelijke polders van Bergen NH. De Kleine Alk 6:46-55
1991 Weidevogelinventarisatie noordelijk deel van de Bergermeer in 1991 (De Kleine Alk 9:92-109
1995 Weidevogelstand in de oostelijke polders bij Bergen NH (1980 t/m 1994). De Kleine Alk 13(1):2-10
1997 Weidevogelinventarisatie noordelijk deel van de Bergermeerpolder (1991 t/m 1997). De Kleine Alk 15 (2/3:32-36)
2004 Weidevogelinventarisatie Loterijlanden 1991 t/m 2003. De Kleine Alk 22(2):2-10

Informatie over de in het besproken gebied actieve natuurverenigingen:
KNNV afd. Regio Alkmaar. Zie www.knnv.nl
VWG Alkmaar en Omstreken. Zie www.kleine-alk.nl

Loterijlanden

Na de diverse middeleeuwse inpolderingen in de laagte tussen Bergen en Egmond en Alkmaar, bleven er nog twee grote, moerassige stukken over: Het Bergermeer en het Egmondermeer. Beide meren konden in 1564 als een van de eerste droogmakerijen met behulp van een ringvaart en molens worden drooggelegd. Het land van de gemiddeld zo’n 1 meter onder NAP gelegen Bergermeerpolder was niet overal even bruikbaar. Een deel bleef zelfs zo dras dat niemand het wilde hebben. Daarom werden die hooi- en weilandjes elk jaar bij loting onder arme boeren verdeeld. In de loop van de tijd zijn de Loterijlanden (3) bijzonder voedselarm geworden. De tijdelijke gebruikers haalden wel hooi van het land, maar gaven er zelden mest voor terug. In combinatie met de nattigheid leverde dat bloemrijke graslanden op waar het in het voorjaar geel ziet van de dotterbloemen en rood van de echte koekoeksbloem. Vanwege de rijkdom aan planten en weidevogels is het beheer van de Loterijlanden overgedragen aan Natuurmonumenten

Bron: Natuurmonumenten

En de vogels? Die verdwijnen in het landsbelang

De vogels? die verdwijnen vanzelf…