Op naar een nieuwe Vovo procedure

Het Besluit van 9 juli 2010, waarin het Taqa werd toegestaan de druk in het reservoir te verhogen tot 80 bar, werd door ons (de gemeente Bergen en de Stichting Gasalarm2) aan een Vovo procedure bij de Raad van State onderworpen. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak – gehoord het verweer van de minister en van Taqa – oordeelde op 30 augustus 2010 geen zodanig spoedeisend belang te zien om het Besluit te schorsen.
Uit het Verweerschrift van de minister op onder meer ons Beroep tegen de Beslissing op bezwaar tegen het Besluit blijkt dat de minister de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak verkeerd heeft geïnformeerd.
Dit betreft:

- injectie van gas geschiedt het hele jaar door, gelijkmatig en zonder spanningswisselingen.
- de plaats van de centrale breuk in het veld is veranderd, zonder melding aan het KNMI, de epicentra van de 4 bevingen (door het KNMI gelocaliseerd op de centrale breuk) zouden zich niet meer op maar naast de breuk bevinden.
- de minister gebruikt het Besluit formeel als losstaand van de BGM-procedure, maar inhoudelijk als onderdeel van die BGM-procedure.

• Een belangrijk argument dat wij voor de Vovo-procedure aanvoerden, was dat dit Besluit en het bijbehorende opslagplan niet anders kon worden gezien dan als een onderdeel van het grote Gasopslagplan Bergermeer (BGM) en dat met dit Besluit een onomkeerbare stap werd gezet ten behoeve van dit plan.
• Daarmee zou worden voorkomen dat de risico’s van de centrale breuk als functie van de voorziene grote snelheden van drukverandering zichtbaar zouden worden vóórdat de vergunning tbv BGM zou kunnen worden gegeven. Want vooral door de BGM te realiseren en te beschikken over compressiecapaciteit kunnen die risico’s manifest worden. De noodzakelijke grote investeringen, de waarde van het kussengas meegenomen, moeten dan zijn gedaan (ca €1,5 miljard). De tussenstap van 80 bar maakt dit risico veel kleiner.
• Bovendien zou hiermee blijken dat de vergunning voor het toekomstige BGM via een salamitactiek zou worden verkregen, hetgeen in strijd is met de regels van behoorlijk bestuur

• Deze zienswijze werd bestreden door Taqa, die betoogde dat het ingediende plan met als maximum druk 80 bar en zonder wijziging van de bestaande infrastructuur (dus zonder bv extra compressoren) een economisch gezond plan zou zijn.
• De gemeente Bergen en Gasalarm2 was inzage in de met Gazprom afgesloten overeenkomst geweigerd. Daarmee werd, zoveel is inmiddels algemeen bekend, de mogelijkheid om het betoog van Taqa direct te ont¬krachten, voorkomen.
• Wat was voorzien, en inmiddels gebleken, is dat met de bestaande infra¬structuur de snelheid, waarmee het vullen van het gasveld kan worden uit¬gevoerd, zodanig klein is dat niet van een economisch zinvol plan kan worden gesproken, hetgeen de juistheid van onze zienswijze bevestigt.
• De later aan het Besluit toegevoegde verplichting om, door middel van het veranderen van de snelheid van instroom, de invloed van de snelheid van drukverandering op het bevingsrisico te bepalen was niet alleen zinloos (en dus slechts cosmetisch), zoals door ons van te voren betoogd, omdat het te bestuderen snelheidsinterval bij de bestaande infrastructuur te laag is, er werd door Taqa in de verstreken vulperiode ook niet gepoogd om veran¬dering in de snelheid van drukverandering uit te voeren, hetgeen duidelijk uit de verstrekte gegevens blijkt.
Dit onderzoek is daarentegen goed mogelijk als de infrastructuur voor het BGM is gerealiseerd. Echter geldt dan dat
● bovengenoemde hoge investering is uitgevoerd, en
● de bevolking aan een ontoelaatbaar experiment wordt blootgesteld

Een voortgezette of nieuwe Vovo procedure voor de 80 bar vergunning op basis van

• het argument van misleiding door door Taqa van de RvS bij het vorige Vovo verzoek en
• de misleiding die uitgaat van de toevoeging aan het Besluit, namelijk de suggestie dat in het regime van dit Besluit, met de huidige infrastructuur*), het risico van de verandering van de snelheid van druk¬verandering zou kunnen worden bepaald,

*) als het argument door de tegenpartij zou worden gebruikt dat deze toevoeging pas betekenis krijgt in het BGM plan dan tonen zij daarmee aan dat het 80 bar plan wel degelijk onderdeel was en is van dat plan)

zou nog deze week moeten aangevraagd.

De aanvrage zou o.i. een integere minister weerhouden om besluiten in deze zaken te nemen voordat de procedure heeft gediend. Het doel van de procedure zou zijn om de zaak stil te leggen tot het 80 bar besluit is komen te vervallen en wordt opgenomen en behandeld in het totale BGM plan.

Slotopmerking.
Een argument voor een Vovo procedure zou ook kunnen zijn de verandering die in de positie van de Centrale Breuk is aangebracht. Deze nieuwe positie is essentieel omdat daarzonder de bestaande putten niet gebruikt konden worden voor injectie van het gas.
We kunnen dit nader uitwerken. Zoveel is zeker: de epicentra van de bevingen van 1994 en 2001 liggen als gevolg van de nieuwe positie van de breuk er niet meer op. En het oorspronkelijke antwoord van de Minister op vragen van de PvdD ter voorbereiding van het AO van 30 maart 2011 was wat specifieker dan nu in het verweerschrift; toén schreef hij dat in 1997 de ‘verkeerde positie’ door BP was gecorrigeerd. De seismische metingen om de breuken te bepalen zijn in 1995 uitgevoerd, daarna zijn er geen seismische bepalingen meer gedaan. De hieruit resulterende breukenstructuur is gebruikt in het 1997 rapport van John Logan c.s. en in het 2001 KNMI rapport over de bevingen in de Bergermeer van 1994 en 2001.

21 april 2011
Stichting Gasalarm2
Henk Beens en Wouter Hubers

On April 28th, 2011, posted in: NIEUWS

Leave a Reply