Ooit gaat er iets fout

Wat je ook doet aan veiligheid, ooit gaat er iets fout…
‘Het blijft nattevingerwerk’ had de aardbevingsexpert van het KNMI over Bergen gezegd. En een kennis die zich inmiddels vakkundig had ingelezen vatte het aldus samen: ‘Misschien wint de staat er met die gasopslag er een half miljard mee, maar het is ook niet uit te sluiten dat straks een paar wijken van Alkmaar plat liggen, de staat met een schadepost van een miljard of meer blijft zitten en de partners met stille trom zijn vertrokken’. ‘Dan heb je het wel over westenwind’ merkte een ander nog op, ‘anders is Bergen de klos…’

Aardgas is zo ongeveer de schoonste energiebron die er is en we hebben er veel welvaart aan te danken. Door de in Nederland opgebouwde knowhow en infrastructuur heeft Nederland een flinke voorsprong op de ons omringende landen die allemaal steeds meer aardgas zijn gaan gebruiken. Daarom ligt het voornemen van EZ voor de hand, om deze voorsprong te benutten en van Nederland een “aardgasrotonde” te maken. De geplande gasopslag in de Bergermeer – de grootste van Europa met een capaciteit van 3,5 miljard kubieke meter gas – wordt hiervan een strategisch onderdeel. Pats-boem midden in dichtbevolkt en aardbevingsgevoelig gebied de grootste gasopslag van Europa, kan dat zo maar? Ja, met behulp van de Crisis en Herstelwet kan dat. De lagere overheden zijn nu buitenspel gezet.
De minister heeft tijdens haar bezoek aan de regio gezegd dat het enige waarvoor zij mogelijk zal zwichten, een gebrek aan draagvlak onder de bevolking is. Maar die bevolking heeft dan wel het recht te weten waar zij draagvlak aan zou moeten verlenen en wat hiervan de consequenties kunnen zijn. Want net als in Barendrecht wordt de bevolking van Bergen en Alkmaar met quasi openhartige voorlichting en charme offensieven bij de neus genomen. Niks aardbevingsrisico of heftige gasexplosies: het enige probleem zijn de bloemetjes en de bijtjes en daar zijn riante regelingen voor getroffen….

Is die gasopslag werkelijk gevaarlijk? Waar gehakt wordt vallen spaanders natuurlijk, maar tot nu toe zijn er nauwelijks problemen geweest met aardgas in Nederland. Onlangs in België wel natuurlijk en in Rusland en op de Noordzee en in de V.S. Maar niet in Nederland, “ze” weten hier echt wel wat ze doen. Maar is dat zo? Dat dachten ze immers in die andere landen ook en toch ging er daar iets vreselijk mis. Olie-ingenieur Weerheym over de olieramp in de Golf van Mexico : ‘Wat je ook doet aan veiligheid, ooit gaat er iets fout’. (NRC-Hbl. van 29 mei j.l.).

En in die veiligheid, daar zit ‘m natuurlijk de kneep: als het fout gaat met de gasopslag dan is de ellende niet te overzien. Waar een kapotte geiser een complete flat kan verwoesten zou bij een ernstig falen van de Bergermeer gasopslag – door terreur, aardbeving of menselijke fouten – ontsnappend gas een complete catastrofe kunnen veroorzaken. In een worstcase scenario zou hierbij de vuurwerkramp in Enschede volkomen verbleken. Onnodige bangmakerij? Misschien, maar misschien zijn we juist nog lang niet bezorgd genoeg.

Want waar president Obama meer overheidstoezicht eist op de olie en gasindustrie, gaat bij ons de overheid zelf voor ondernemer spelen, maakt iedere oppositie monddood en lijkt bereid grote risico’s te nemen, economisch zowel als wat betreft de veiligheid van de bevolking. En onderwijl houden (bijna) alle door de overheid betaalde en andere belanghebbende experts zich muisstil immers, “wiens brood men eet, diens woord men spreekt” zoals het gezegde luidt. Bovendien houdt Nederland niet van klokkenluiders en er hoeft immers niet persé iets te gebeuren? Ga er dan maar eens aan staan met je bedenkingen. Conspiracy of silence noemen de Amerikanen zoiets.

Een voorbeeld: Het is bekend, dat zowel in Barendrecht als in Bergen de dunne afdekkende zoutlagen vol scheuren zitten t.g.v. de gigantische gronddruk op de nu leeg geproduceerde velden. Er zal straks dus onvermijdelijk gas naar de hogere aardlagen lekken. De langere termijn invloed hiervan op het grondwater en de bodemvegetatie wordt door onafhankelijke experts zeer zorgelijk genoemd maar officieel bestaat het verschijnsel niet en bedenkingen worden weggewuifd.

Een ander voorbeeld: Bij een aardbeving moet in Bergen rekening worden gehouden met een zogenaamde “site-response” vanwege de slappe veengrond van de Bergermeer. Volgens een KNMI-rapport uit 2004 veroorzaakte dit effect bij voorgaande bevingen, dat een relatief milde aardschok op 2 km diepte, werd “opgeslingerd” en aan het maaiveld flinke horizontale versnellingen teweeg bracht waardoor een aardbeving in Bergen vele malen harder aankomt dan TNO en Taqa beweren. Naast de potentiële schade aan gebouwen, infrastructuur etc. lopen gasleidingen en putaansluitingen dan ook ernstig gevaar.
Dit risico lijkt vooral te gelden voor de 2 km lange verticale putaansluitingen die bij een beving dreigen te worden blootgesteld aan gigantische – grotendeels tegengestelde – krachten met beschadiging of zelfs breuk van de leiding als mogelijk gevolg. Het effect van deze site-response was door TNO in haar rapportage niet onderkend, door GasAlarm2 benadrukt en door de MIT-studie nog eens bevestigd. En vervolgens door EZ weer zoveel mogelijk weggemoffeld..
Toen ondergetekende telefonisch een expert van het KNMI in verband met dit gevaar om commentaar vroeg, ontkende hij dit site-response-effect. Toen hij er op werd gewezen, dat onder het KNMI rapport, dat dit verschijnsel in Bergen beschrijft, ook zijn naam stond en dat zijn zwijgen en ontkennen doden zou kunnen kosten, werd het even heel stil aan de andere kant..

En neem de Gasunie: In het veiligheidsrapport leidingen van de Gasunie staat, dat terrorisme en aardbeving niet zijn meegenomen in het rapport, terwijl de Bergermeer officieel toch wordt aangemerkt als aardbevingsgevoelig.
Zelfs bij minder zware bevingen kunnen haarscheuren in de leidingen ontstaan die vervolgens door interne corrosie kunnen breken. Er zou in zo’n geval binnen zeer korte tijd tienduizenden kubieke meters gas kunnen ontsnappen en dan spreken we nog niet eens over de mogelijkheid van een complete blow-out.
De Gasunie heeft in haar rapport – ondanks bovenstaande – in overleg met het RIVM geen rekening gehouden met interne corrosie en schrijft verder: “er hebben zich in Nederland tot nu toe geen ongelukken met aardgas voorgedaan als gevolg van aardbeving”. In andere landen wel natuurlijk en er wordt in de vaklitteratuur dan ook ernstig voor gewaarschuwd, maar in Nederland is er nog nooit iets gebeurd. Gewoon dikkere leidingen gebruiken zegt de KNMI man uiteindelijk in ons gesprek, maar dat heeft de Gasunie weer niet gehoord.

Bij deze studie is m.n. gebruik gemaakt van het werk van GasAlarm2, die de studie ook van tussentijds commentaar heeft voorzien. De studie roept per definitie meer vragen op dan ze kan beantwoorden. Maar het zijn vragen die de overheid – in zijn taak als beschermer van de burger – zelf zou moeten stellen en zo goed en openhartig mogelijk moeten beantwoorden. Wat bij dit alles het meest verontrust is dat met een aantal reële worstcase-scenario’s geen rekening lijkt te zijn gehouden en dat eventuele gevaren consequent worden gebagatelliseerd.

Wat kunt u doen?
1 Deze mail doorsturen naar iedereen die hiervoor in aanmerking komt d.w.z. alle u bekende burgers, wijkverenigingen etc. van Alkmaar, Bergen, Heiloo en Schermer.
2 Langs de deuren gaan om handtekeningen verzamelen. Om dubbel werk te voorkomen zou dit het best via de wijkverenigingen kunnen worden gecoördineerd. Hiervoor zou evt. het bijgesloten formulier van GasAlarm2 kunnen worden gebruikt. Handtekeninglijsten terugsturen naar:

Stichting Gasalarm2
Duinweg 85
1871 AE Schoorl

3 U kunt online hier uw handtekening zetten:

Bergen, 8-6-2010,

J.K.Schuursma

Complete Studie

Het Bergermeer gasopslagproject: Het monster in de achtertuin

Over het risico van fatale grondwater- en bodemvervuiling en ernstige ongelukken door ontsnappend aardgas.

Inleiding:

In uitvoerige publicaties van onder andere Gasalarm2 en laatstelijk de studie van het MIT is aangetoond, dat bij de voorgenomen gasopslag in de Bergermeer het aardbevingsgevaar veel groter is dan aanvankelijk werd aangenomen. Niet alleen wordt de waarschijnlijkheid en de sterkte van de beving inmiddels hoger ingeschat dan voorheen, het type beving in combinatie met de slappe veenbodem blijkt in Bergen te kunnen leiden tot een beving vergelijkbaar met een M=5.5 beving aan het maaiveld. De resulterende heftige horizontale grondverschuivingen en de gevolgen voor wegen, gebouwen en de gasinstallatie zelf, baart betrokken deskundigen daarom steeds meer zorgen. (Zie onder: Risico van aardbeving).

Er is echter tot nu toe veel te weinig aandacht geschonken, aan de korte en langere termijn effecten van eventueel ontsnappend aardgas, al dan niet t.g.v. een ernstige beving. Toch is er alle reden voor grote bezorgdheid omdat, ondanks alle ervaring, voorzorgen en veiligheidsprocedures, er zich wereldwijd talloze ernstige ongelukken hebben voorgedaan bij aardgas opslag en transport. Alleen al voor de Verenigde Staten zijn op het internet tientallen meldingen te vinden bijvoorbeeld op de volgende site:

http://www.coteblanchemine.com/storage_accidents.html

Bij een van de ernstigste ongevallen ontsnapte in 20 augustus 2004 bij Moss Bluff in Liberty County – Texas maar liefst 170 miljoen m3 aardgas, ten gevolge van een door corrosie en waterslag bezweken verbindingspijp. Ondanks meer dan 100 jaar ervaring in de V.S. met het transport en de opslag van aardgas, blijken ongelukken dus nooit geheel te vermijden. Dat er in Moss Bluff geen doden vielen was een regelrecht wonder en vooral te danken aan het feit dat het gas onmiddellijk vlam vatte, de totale hoeveelheid pas over een periode van 6,5 dag vrijkwam en het incident plaatsvond in dunbevolkt gebied.
Gezien de hoge aanvangsdruk moet worden aangenomen dat in Moss Bluff in het eerste uur al meer dan 1,5 miljoen m3 aardgas met een explosieve kracht van naar schatting 18 kiloton TNT is ontsnapt. Indien het gas daar niet onmiddellijk was ontbrand, dan had in een worst case scenario een zo grote gaswolk dus de uitwerking kunnen hebben van de bom op Hiroshima.

Gezien deze nooit geheel uit te sluiten risico’s, lijkt de ambitie van Taqa en EZ om in een dichtbevolkt en seismisch instabiel gebied de grootste gasopslag van Europa te realiseren, roekeloze waanzin. Want de cijfers liegen er niet om: De geplande opslagcapaciteit van dit puur commerciële project in de Bergermeer, bedraagt maar liefst 3,5 miljard kubieke meter hoogcalorisch aardgas terwijl één kubieke meter gas onder “ideale” omstandigheden al de explosieve kracht heeft van 11 kg TNT.

Zou dus slechts een zeer kleine fractie van dit gas, door sabotage, ernstig mechanisch falen of een massale blow-out binnen korte tijd onverbrand vrijkomen, zoals in 2004 in het Waalse Gellingen in België (24 doden, 124 gewonden), dan is de ramp al niet meer te overzien. Met de overheersend westelijke wind en Alkmaar op nog geen 1,5 km. afstand, riskeert men een catastrofe waarbij de vuurwerkramp in Enschede – met een explosie, equivalent aan 2000 kilo TNT – volkomen in het niet valt. Zou een ontsnappende gaswolk de omvang hebben van die in Moss Bluff, dan zou theoretisch heel Alkmaar van de kaart kunnen worden geveegd.

Is dit bangmakerij? Hoe groot is het risico nu werkelijk bij gasopslag in de Bergermeer? Bij een gesprongen leiding – al dan niet door beving – lijkt het gasverlies waarschijnlijk redelijk beperkt blijven, de veiligheidsvoorzieningen zijn in deze sector bijzonder omvangrijk en Nederland heeft een zeer goede staat van dienst op dit gebied. Recente gebeurtenissen in de Golf van Mexico tonen echter aan dat deze maatregelen nooit 100 % zekerheid bieden.
Het grootste risico lijkt echter vooral gelegen in het veld zelf, omdat het gebied volgens de nieuwste inzichten seismisch veel minder stabiel blijkt te zijn dan aanvankelijk werd aangenomen. Bovendien is gebleken dat de relatief dunne afdeklaag boven het gas op talloze plaatsen breuken vertoont. Het grootste gevaar lijkt daarom gelegen in de mogelijkheid, dat door een sterke beving, de dunne afdeklagen van het gasveld als gevolg van heftige grondverschuivingen (verder) zouden kunnen scheuren met mogelijk een massale blow-out als gevolg. Een dergelijk beving kan direct opgewekt worden door de gasopslag zelf b.v. tijdens het boren, maar kan ook worden opgewekt door een sterke seismische beving zoals deze zich bijvoorbeeld in 1931 met M = 6 (Magnitude 6 op de schaal van Richter) heeft voorgedaan op de Doggersbank. (Zie onder: Risico van aardbeving en bijlage 9).

In een worst case scenario zouden dan miljoenen kubieke meters ontsnappend aardgas een onvoorstelbare catastrofe kunnen veroorzaken. Zeer bevreemdend en zorgelijk is daarbij, dat met een dergelijk scenario kennelijk geen rekening is gehouden, er geen onderzoek naar is verricht en dat de Gasunie aan het eind van haar veiligheidsrapport nadrukkelijk stelt, dat in de rapportage geen rekening is gehouden met terrorisme en aardbevingen. Naar uitgerekend de grootste risico’s is in dit veiligheidsrapport dus niet gekeken. (zie onder: DE RISICOANALYSE LEIDINGEN VAN DE GASUNIE).
Zelfs zonder een directe blow-out naar de oppervlakte, zou in een dergelijk scenario op de lange duur de Bergermeer en wijde omstreken kunnen veranderen in een volkomen dorre en naar gas stinkende woestenij. Eventueel ontsnappend gas zal namelijk in een onomkeerbaar proces het grondwater en de bovenliggende aardlagen bereiken, met alle desastreuze gevolgen van dien. Het gas zal zich uiteindelijk via de talloze breuken en het grondwater over een wijd gebied verspreiden, zich op de meest onverwachte plaatsen ophopen onder huizen en gebouwen en daar heftige explosies kunnen veroorzaken. In een dergelijk rampscenario zal derhalve niet slechts de Bergermeer maar een groot deel van de omringende stedelijke gebieden voor onbepaalde tijd moeten worden ontruimd. De hiermee samenhangende schade aan milieu, leefbaarheid, productieverlies, toerisme et cetera zijn nauwelijks te becijferen. (Na het incident in Hutchinson – Kansas, waren de herstelwerkzaamheden acht jaar na dato nog steeds niet voltooid.)

RISICO VAN AARDBEVING:

Het risico van een van een M=3.9 beving of zwaarder, is in andere publicaties reeds uitvoerig beschreven. De voornaamste feiten op een rij :

De combinatie van herhaalde cycli en snelle drukveranderingen welke 13 tot 20 maal groter zijn dan het geval was bij de gaswinning tussen 1971 en 2006, zullen een aanzienlijk versnelde vermoeiing, erosie en extra spanningen over de breuken geven en dus verhoogde kans op een beving veroorzaken (zie o.a.: second opinion MIT, verslagen expertmeeting 14 januari 2010 in Den Haag).

Het TNO geomechanisch onderzoek betreft slechts de eerste 2 jaar en één werkcyclus. Het TNO rapport raadt nadrukkelijk verder onderzoek naar langere termijn vermoeidheids-verschijnselen aan. Dit onderzoek heeft niet plaatsgevonden. (TNO geomechanisch onderzoek 8.2. 3 blz. 87).

Het TNO geomechanisch onderzoek en het MilieuEffectRapport is voor het berekend risico uitgegaan van een cruciaal gegeven n.l. de lengte van de centrale breuk. Deze breuk (met een lengte van 2,5 km) blijkt in werkelijkheid veel langer, maar volgens het MIT is dat langere deel niet actief. Het is de vraag of dat deel niet alsnog actief kan worden, in welk geval het epicentrum van een mogelijke beving dichter bij of zelfs onder het centrum van Bergen kan komen. Dit risico is niet onderzocht door Taqa.

Niet alleen wordt de waarschijnlijkheid en de sterkte van de beving inmiddels veel hoger ingeschat dan voorheen, de gevolgen van een M= 3.9 beving bij dit soort “kunstmatig” opgewekte bevingen is potentieel veel desastreuzer, doordat hun uitwerking op veel hoger gelegen aardlagen plaatsvindt dan “normale” seismische bevingen. In combinatie met de slappe veenbodem, kan dit leiden tot heftige opslingering (de zogenaamde site-response), met een horizontale versnelling tot mogelijk 70 mm/sec. De kans dat dergelijke grond snelheden gedurende de 50 jaar looptijd van het project optreden, wordt door de sommige deelnemers aan de expertmeeting geschat op meer dan 40 procent. De gevolgen voor wegen, gebouwen en de gasinstallatie zelf, zijn derhalve vele malen groter en ernstiger dan voorgesteld door Taqa. Dat een dergelijke beving nog steeds vrij onschuldig zou zijn, is dus pure misleiding. (zie: KNMI in ‘Geology in the Netherlands’ en verslagen expertmeeting).

Het bovengenoemde opslinger-effect brengt een extra groot risico met zich mee, doordat de onderscheiden aardlagen t.o.v. elkaar sterk verschillende versnellingen ondergaan. De kans dat hierdoor putaansluitingen kunnen worden vernield en een blow-out langs het boorgat ontstaat lijkt levensgroot.

Zoals reeds door Gasalarm2 opgemerkt, zou een beving in het Bergens gebied “door triggering op hun beurt aanleiding kunnen geven tot het optreden van grotere aardbevingen bij sluime¬rende breuken. Hierbij is het van belang daarbij de Doggersbank aardbeving die optrad in 1931 (mag¬ni¬tude 6) in beschouwing te nemen. ” (Bijlage 8)
Een omgekeerde werking is echter ook mogelijk: Hoewel voorlopig speculatief, lijkt het niet onaannemelijk, dat toekomstige veranderingen in de zeespiegel door dooiende gletsjers op het land, uiteindelijk seismische gevolgen zullen hebben gezien de gigantische tektonische gewichtsverschuivingen die hiermee gepaard gaan.

Zie o.a.: http://www.livescience.com/environment/070830_gw_quakes.html .

Speculatief of niet en door welke oorzaak ook, – bijvoorbeeld de gasboringen in de Noordzee -, indien het noordelijk gedeelte van de Boven-Rijnslenk opnieuw seismisch actief zou worden met een M=6 of nog zwaardere beving als gevolg, moet niet worden uitgesloten dat dit op zijn beurt tot zware bevingen bij het Bergermeer gasveld zal leiden. Waar tot op 200 meter van de bestaande breuken boorputten zijn gepland, lijkt het risico van breukuitbreiding naar de grote bestaande breuken – ook tijdens het boren een bron van grote zorg – zeer groot. Hierbij dient nog het volgende worden opgemerkt.
Terwijl in het Groningenveld de afdichtende zoutlaag zo dik is, dat alle breukzones er in dichtgelopen zijn, blijkt volgens de KNMI studie dat bij de velden in Noord-Holland (dus ook de Bergermeer) de afdichtende zoutlaag veel dunner is en de breukzones door de zoutlaag heen lopen. Dit is een essentieel verschil tussen de velden hier en die in Groningen, Friesland en Drenthe. Ook het MIT refereert aan het ontbreken van deze breukzones in het TNO model, terwijl hier juist de grootste slips dreigen op te treden.
Volgens inlichtingen is Taqa dringend geadviseerd, om bij het boren uitgebreide ( en dure ) maatregelen te nemen o.a. om het risico van breukuitbreiding te beperken. Dit advies stamt van vóór de inmiddels verhoogde risico inschattingen.

SCHADE DOOR AARDBEVING

Bij een eventuele M=3.9 beving met het centrum van Bergen als epicentrum, moet volgens berekeningen de te verwachte schade aan gebouwen worden geschat op 200 tot 400 miljoen euro. Indirecte schade en schade aan infrastructuur (bruggen, wegen, kabels, leidingen etc.) is daarbij niet meegerekend.

Met de Bergermeer als epicentrum zouden – door het bovenbeschreven “oppervlakkige” karakter van geïnduceerde aardbevingen – bij M=3.9 of zwaarder – de relatieve dunne afdeklagen van het veld zodanig kunnen scheuren dat directe verbindingen worden gemaakt met de grote bestaande breuken in de onmiddellijke nabijheid van het veld. Miljoenen kubieke meters aardgas zouden dan de hogere – grondwatervoerende – aardlagen kunnen bereiken en dit naar boven migrerend gas en andere vluchtige (koolwater-) stoffen zouden uiteindelijk elke bodemvegetatie doden en de wijde omgeving onleefbaar maken. Zelfs zonder directe schade aan gebouwen, infrastructuur etc. zou bij dit scenario de hiermee samenhangende schade aan leefbaarheid, natuurwaarde en toerisme niet te becijferen zijn. Een eventueel schadefonds, hoe genereus ook, zal hierbij volkomen tekortschieten.

Putten en putaansluitingen en mogelijk ook leidingen zullen bij een 5,5 beving aan het maaiveld bijna zeker worden beschadigd met bijbehorend risico voor de lokale bevolking. [ Historische informatie wijst erop dat aardbevingen gasvelden kunnen beschadigen. Sterke bevingen van de grond kunnen bestaande en verlaten olie- en gasvelden beschadigen waardoor voor het gas een pad kan ontstaan om te ontsnappen naar de oppervlakte. (Bijlage 4) ] Daarbij is het blow-out risico bij het boren van 20 nieuwe putten sowieso al groot. Taqa is van plan al tijdens het boren van de putten (over een periode van 2 tot 3 jaar) kussengas aan te brengen. Dit vullen met kussengas heeft een risico van aardschokken tijdens het boren met bijbehorend risico van blow out en dus de mogelijkheid van een zware gasexplosie.

DE RISICOANALYSE LEIDINGEN VAN DE GASUNIE

In de Risicoanalyse leidingen door de Gasunie is nadrukkelijk vermeld, dat het falen van leidingen t.g.v. terrorisme en aardbeving buiten beschouwing is gelaten. Gezien het bevingsrisico is dit – zacht gezegd – opmerkelijk. Bij dit rapport zijn ook verder nogal wat kanttekeningen te plaatsen:

1. De bij dit onderzoek gebruikte software is gecertificeerd tot 100 bar. (blz. 5) De max. voorgenomen piekdruk in de Bergermeer is 160 bar.

2. Het totaal bezwijken van gasleidingen zoals in Moss Bluff is veelal het gevolg van stresscorrosie waarbij in eerste instantie door hevige trilling of bevingen haarscheurtjes zijn ontstaan die zich uitbreiden door corrosie en uiteindelijk resulteren in breuk. Aangezien (al dan niet directe) beschadiging door beving zich in Nederland nog niet heeft voorgedaan meent Gasunie hier geen onderzoek naar te hoeven doen (blz. 16 en 46).

3. De trigger bij het Moss Bluff ongeluk was het falen van een putaansluiting op 1500 m. diepte. Officieel kon de oorzaak hiervan niet worden vastgesteld maar het lijkt niet onaannemelijk, dat het plaatselijk inzakken van de zoutkoepel hier de oorzaak was. Iets dergelijks zou ook in de Bergermeer kunnen gebeuren. Daar bevindt zich geen zoutkoepel, maar zoals inmiddels aangetoond, is bij een eventuele beving de grondbeweging op tweeduizend meter diepte heel anders dan aan het maaiveld met als gevolg een enorme belasting van de putaansluiting met directe of – via stresscorrosie – indirecte beschadiging over de langere termijn als gevolg.

4. Hoewel hier sprake is van “wet gas” is in overleg met het RIVM geen rekening gehouden met interne corrosie (blz. 16). Deels betreft het gas dat door geïsoleerde leidingen loopt. Gezien het feit dat bij “wet gas” condensvorming praktisch onvermijdelijk is, lijkt de gehanteerde 2 mm. corrosie toeslag te mager. [ Internal corrosion, for example top-of-the-line corrosion (TOL) in wet gas lines due to condensation, constitutes a major risk to pipeline operation. Under certain circumstances, the internal corrosion growth rates can be as high as several millimetres per year. ] http://www.engineerlive.com/Oil-and-Gas-Engineer/Production_Processing/Tool_monitors_shallow_internal_corrosion_in_pipes/21955/ ]

5. Het rapport gaat uit van een calorische onderwaarde van 36,5 MJ/m3 voor het gebruikte hoogcalorisch gas (H-gas) (blz. 15). Op haar site vermeld Gasterra:
Wobbe-index
Maatstaf voor verbranding van gas in een toestel, waarbij als richtlijn de volgende Wobbe-banden gelden:
H-gas: 48 – 56 MJ/m³
G-gas: 43,5 – 44,4 MJ/m³
L-gas: 42,5 – 47 MJ/m³
Volgens de gegevens van Gasterra heeft H-gas dus een bijna 50% hogere verbrandingswaarde dan waar de Gasunie mee rekent. Niet onbelangrijk dus gegeven de gehanteerde (discutabele) veiligheid zonering. Deze blijft hiermee waarschijnlijk keurig binnen de plaatselijke mogelijkheden. http://www.gasterra.nl/aardgas/Pages/Verklarendewoordenlijst.aspx

6. Bij het ontsnappen van gas is het ontstekingstijdstip van het allergrootste belang immers, naarmate het gas later ontbrand, is de gaswolk groter en dus de uiteindelijke explosie heviger. Het rapport gaat uit van 75 % kans dat ontsnappend gas onmiddellijk (!) ontbrandt en 25 % kans binnen 2 minuten (blz. 19). Het is duidelijk dat ook hiermee het risico op fatale gasexplosies – in overleg met het RIVM en met toestemming van VROM (blz. 21-22) – stelselmatig binnen de veiligheidsnormen is geknutseld en de analyse veronderstelt in feite uitsluitend externe faaloorzaken met ontstekingsbronnen (b.v. verbrandingsmotoren van draglines) in de onmiddellijke nabijheid.

7. Bij andere faaloorzaken zoals een door corrosie bezweken leiding is het aangenomen maximale ontstekingstijdstip veel te optimistisch. Internationale faalgegevens spreken van 25% falen met ontsteking na méér dan 120 seconden . Dit kan dus theoretisch ook een half uur of twee uur zijn maar bij wijze van concessie – en ook weer in overleg met het RIVM – is gerekend tot max. 140 seconden. Dit is een grove simplificatie van mogelijke scenario’s. Zo zou het bij een nachtelijk falen in de Bergermeer, bij windstilte of matige Z.O. wind en nauwelijks verkeer, aanmerkelijk langer dan 120 seconden kunnen duren voor een evt. gaswolk ontsteekt.

8. Bij een volledige breuk van één van de grotere leidingen bij een aangenomen leidinglengte van +/- 8 km moet worden aangenomen dat uiteindelijk naar schatting 300.000 tot 400.000 kg. gas vrijkomt.

9. Bij de door Gasunie berekende uitstroomsnelheden (blz. 21) van gemiddeld 5000 kg./seconde gedurende de eerste 60 seconden bij breuk van één van de 28, 30 of 36 inch leidingen, is na 1 minuut dus al bijna 300.000 kg, ofwel 400.000 m3 gas ontsnapt met een equivalent van +/- 3 miljoen kilo TNT. Bij een directe breuk van de putaansluiting zou deze uitstroom nog aanmerkelijk hoger kunnen zijn.

10. In het GasUnie rapport lijkt t.a.v. letaliteit (risico van overlijden) uitsluitend gerekend met warmtestraling. De drukcomponent bij een gasexplosie kan als oorzaak van letaliteit echter minstens zo belangrijk en zelfs overheersend zijn. Door de in eerste instantie onvolledige menging met de benodigde zuurstof hebben gasexplosies meestal een pulserend karakter. Bij de aanvankelijke explosie (deflagratie) is door zuurstofgebrek veelal slechts een deel van het gas betrokken waardoor de gaswolk in eerste instantie expandeert, zich vervolgens mengt met extra lucht, door afkoeling weer samentrekt en vervolgens ten tweede male explodeert. Deze tweede fase heeft vaak het karakter van detonatie d.w.z. de drukken zijn vele malen hoger dan bij een explosie en de schokgolven bereiken of overstijgen de geluidsnelheid. Dit effect verhoogt het verwoestend effect op gebouwen nog eens aanzienlijk en is bij directe blootstelling van personen al snel dodelijk.

Over proceswater, gaslekkage en fracking, de belangrijkste feiten:

Productiewater zoals door Taqa in de Bergermeer geïnjecteerd, bevat zouten en kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (zgn. PAK’s) en is in feite chemisch afval. Mogelijk wordt dit nog eens versterkt door de aanvoer van – en contact met – grote hoeveelheden Russisch gas. Het proceswater zou daarmee mogelijk niet meer voldoen aan de eis van de provincie, n.l. dat het geïnjecteerde water dezelfde samenstelling moet hebben als het oorspronkelijk van het veld afkomstige water. Het is echter sowieso de vraag, of het thans geïnjecteerde water aan deze eis voldoet, aangezien een groot deel van het proceswater afkomstig is van het gasveld Middelie dat geologisch een andere samenstelling heeft dan de Bergermeer. Het lijkt zaak de provincie hier nog eens nadrukkelijk op te wijzen.

En verder:

1. Door de hoge druk van het gas zal straks onvermijdelijk opwaartse en/of zijdelingse verplaatsing van proceswater plaatsvinden via de aanwezige scheuren in de bodem van het gasveld, met vervuiling van bodemwater als gevolg. In principe zou dit uiteindelijk ook aan de duinrand de diepwater winputten van de PWN kunnen vervuilen.

2. Officieel ontkent de gas- en olie-industrie de mogelijkheid van opwaartse waterdoorbraken en beschouwt deze als categorisch onmogelijk, ondanks alle bewijzen van het tegendeel (zie bijlage 1). Met opwaartse gasmigratie wordt echter wel degelijk rekening gehouden en in het geval van gasopslag wordt dit tot op zekere hoogte als onvermijdelijk beschouwd. De zgn. Pennsylvania-code hanteert hierbij een bovengrens van max. 140 m3 per dag. Zie [http://www.pacode.com/secure/data/025/chapter78/s78.402.html ]

3. Het is niet duidelijk wat de bovengrens is voor gaslekken in de Bergermeer, hoe dit kan worden bewaakt i.v.m. het grondwater en wat de lange termijn effecten zullen zijn van gaslekkage op grondwater en bodemvegetatie in het onderhavige natuurgebied.

4. Vooral na de recente aardschokken is er reden voor grote twijfel over de integriteit van het gasveld. Door de weggevallen tegendruk van het gas, zijn leeg geproduceerde velden bijna altijd op talloze plaatsen gescheurd door de gigantische druk van de bovenliggende aardlagen. [ Als vuistregel kan ervan worden uitgegaan dat deze gronddruk net zo groot is als de aanvangsdruk van het aardgas in dit geval zo’n 280 kg. per cm2.]

5. In het algemeen wordt er uitgegaan van het zgn. zelfhelende effect van de bovenliggende zout- en kleilagen die, – in de tijd – min of meer plastisch zijn. Gezien de relatief dunne afdeklagen in de Bergermeer wordt van dit mechanisme echter veel te veel verwacht. Opwaartse migratie van gas en andere vluchtige (koolwater-) stoffen is daarom – ook zonder verdere aardschokken – geen mogelijkheid maar een bijna zekerheid. Er zijn al talloze breuken geconstateerd in deze afdeklagen en door de korte jaarlijkse cycli (in de zomer inpompen, in de winter leveren), gepaard met evt. aardschokken zullen deze breuken zich uitbreiden. Ontsnappend aardgas kan niet meer worden afgevangen omdat het zich via het grondwater zal hebben verspreid.

6. Er is geen enkel onderzoek gedaan naar mogelijke migratie van proceswater. De verontrustende ervaringen in de V.S. geven hier nochtans alle aanleiding toe. (Zie het aanhangsel over Proceswater en de bijlagen).

7. Hydraulic fracturing – kortweg fracking genoemd – wordt op de Noordzee regelmatig toegepast om het gesteente meer doorlaatbaar te maken. Fracking is een zeer (grondwater-) vervuilend proces met bijzonder grote gezondheidsrisico’s. (Zie Bijlage 2) Gezien voorgaande opmerkingen moet een evt. voornemen hiertoe nadrukkelijk worden uitgesloten. Het is zeer verontrustend dat in de bestaande vergunningen, fracking niet lijkt uitgesloten. Feit is, dat regelmatig werkauto’s van Haliburton in de omgeving zijn gesignaleerd, de absolute experts op het gebied van fracking.

EN TENSLOTTE

1. Door de snelle ontwikkelingen mbt. nieuwe pijpleidingen voor gasleverantie o.a. via Turkije naar Italië en de snelle opkomst van LNG tankers, lijkt er geen garantie voor toekomstige – langdurige – levering aan omringende landen behalve (voorlopig?) Groot-Brittannië. Gekoppeld aan de inmiddels dalende prijzen van aardgas lijken derhalve ook de Gasrotonde ambities te moeten bijgesteld.

2. Waar de Alkmaarse piekgasinstallatie met gewoon aardgas voor Noord-Holland afdoende is gebleken, zal de Bergermeer dienen voor tussenopslag richting Groot-Brittannië met hoog-calorisch gas. Dit is puur speculatieve zomeropslag door Taqa, men zet immers een piekgas installatie bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de afnemer. Groot-Brittannië lijkt derhalve ook de meest aangewezen plaats voor zomeropslag. Aldus wordt ook de Noordzee leiding (de BBL) naar Groot-Brittannië gelijkmatiger belast.

3. Deelname van de Nederlandse staat in een dergelijk riskant commercieel project, brengt o.i. de overheid in een gevaarlijke spagaat. Waar de overheid immers primair is gehouden, het belang en de veiligheid van de burgers te dienen, loert hier het grote gevaar dat diezelfde overheid straks financieel en politiek door deelnemende partijen blijkt gegijzeld.

4. Gezien de lange looptijd van dit project wordt een zeer grote wissel getrokken op de stabiliteit van internationale financiële, politieke, economische en energietechnische verhoudingen en afspraken, terwijl die nu juist aan razendsnelle veranderingen worden blootgesteld. De kans dat de Nederlandse staat uiteindelijk met de brokken blijft zitten als het Bergermeer-project uitloopt op een fiasco, lijkt alleen al daarom een onaanvaardbaar risico.

5. Het is begrijpelijk dat Taqa de aankoop van het Bergermeerveld rendabel wil maken, maar deze wens dreigt discussies te vertroebelen en de afwegingen tussen maatschappelijke kosten en baten onaanvaardbaar te beïnvloeden.
Gezien de grote risico’s moet o.i. gasopslag resoluut worden afgewezen. Als alternatief voor gasopslag, zou echter de mogelijkheid van perslucht opslag t.b.v. een CAES (compressed air energy storage) in de Bergermeer onderzocht kunnen worden. Gezien de toename van alternatieve energie en de daardoor vergrootte fluctuaties tussen vraag en aanbod, is er een groeiende behoefte aan efficiënte tussenopslag van energie.
Met dergelijke CAES piek-centrales is in het buitenland reeds aanzienlijke ervaring opgedaan. Mits de compressiewarmte wordt opgeslagen en bij decompressie weer wordt teruggewonnen, (of op een andere wijze benut voor bijvoorbeeld stadsverwarming) kan het rendement van een dergelijke centrale hoog zijn. Door de veiligheid van het gebruikte medium, de lagere en stabiele druk (ten hoogste 80 bar) en de geringe drukvariaties, gekoppeld aan het maatschappelijk nut, zou hierbij een win-win situatie kunnen ontstaan waar mogelijk alle betrokken partijen zich in zouden kunnen vinden.

Nawoord

Ondergetekende is geen expert en heeft slechts getracht door middel van literatuur onderzoek de diverse risico’s zo goed mogelijk in kaart te brengen. Daarbij is o.a. gebruik gemaakt van het werk van GasAlarm2 die de studie ook van tussentijds commentaar hebben voorzien. Deze studie roept per definitie meer vragen op dan ze kan beantwoorden. Vragen waar helaas experts ook geen eensluidend antwoord op hebben. Maar het zijn wel vragen die de overheid – in zijn taak als beschermer van de burger – zelf zou moeten stellen en zo goed en openhartig mogelijk zou moeten beantwoorden. Wat bij dit alles het meest verontrust, is echter, dat met een aantal reële worstcase scenario’s geen rekening lijkt te zijn gehouden en dat evt. gevaren consequent worden gebagatelliseerd. Waar nu lagere overheden buiten spel zijn gezet en de minister tijdens haar bezoek aan de regio heeft gezegd dat het enige waarvoor zij mogelijk zal zwichten een gebrek aan draagvlak onder de bevolking is, heeft de bevolking het recht te weten waar zij draagvlak aan zou moeten verlenen en wat hiervan de consequenties zouden kunnen zijn.

Bergen, 8-6-2010,

J.K.Schuursma

AANHANGSEL

OVER PRODUCTIEWATER

Met toestemming van de Provincie Noord-Holland is enige jaren geleden zgn. productiewater – afkomstig van de diverse gasdrooginstallaties – geïnjecteerd in het gasveld Bergermeer. Volgens de aanvraag van Taqa wordt dat straks nog veel meer. Hoewel omschreven als “van natuurlijke oorsprong en van het gasveld afkomstig” is deze omschrijving niet correct. Een groot deel van het geïnjecteerde water is afkomstig van andere velden met een geologisch andere samenstelling.
Ondanks de geruststellende omschrijving als zijnde “van natuurlijke oorsprong ” moet dit water alleen al door zijn samenstelling worden beschouwd als chemisch afval met o.a. grote hoeveelheden zouten, en kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (zgn. PAK’s). Het is van groot belang, dat dat water daar dus vooral ook ondergronds BLIJFT. Maar een gasveld is geen “grot met een meertje onderin” waarbij het water keurig op het laagste punt blijft, water uit een gasveld kan in principe, afhankelijk van de bodemgesteldheid, overal opduiken indien de vloeistof zich boven een opgaande breuk zou bevinden. Het mechanisme achter een eventuele opwaartse waterdoorbraak is vergelijkbaar met een spuitbus, waar het (drijf-)gas de vloeistof rechtstandig door een stijgbuis omhoog stuwt.

Iedere natuurkundestudent kan uitrekenen dat bij een gasdruk van 133 atmosfeer, water boven opgaande breuken vele honderden meters omhoog kan worden geperst in deze breuken. In dit geval maximaal 1300 meter om precies te zijn (10 meter per atmosfeer) waarmee dit water het diepe grondwater zou kunnen vervuilen.
Toch maakt dit mechanisme niet verklaarbaar, hoe productiewater, chemicaliën en boorvloeistoffen van vele kilometers diepte omhoog konden komen, zoals Amerikaanse onderzoekers tot hun verbijstering hebben geconstateerd.

Uit Scientific American ( zie bijlage 1 ):

[ Het rapport van het Garfield district in Colorado, was een van de eerste duidelijke aanwijzingen van de mogelijkheid, dat verontreinigde stoffen zich ondergronds verplaatsen in boorgebieden – en dat zulke verontreinigingen inderdaad plaatsvinden. Gebruikmakend van geavanceerde wetenschappelijke techniek, onderzocht de drie jaar lopende studie methaangas monsters van 292 locaties en ontdekte dat methaan, evenals afvalwater van het boren, zijn weg zocht naar drinkwater – niet als het resultaat van een enkel incident maar op een regelmatige basis.]

[ Het bestrijdt het idee dat aardgas en de begeleidende koolwaterstoffen van het grondwater is geïsoleerd door zijn extreme diepte.]

[De wetenschappers vertelden niet precies hoe het gas het water bereikte, maar zij maakten – meer dan ooit tevoren – duidelijk, dat een system van onderling verbonden natuurlijke scheuren en breuken van diep ondergrondse gaslagen tot het aardoppervlak kan reiken.

Opwaartse waterdoorbraak: hypothese over het achterliggende mechanisme

In het opgaande water zijn grote hoeveelheden gas opgelost. Naarmate de vloeistofkolom opstijgt, verminderd de (tegen-) druk en het opgeloste gas zal vrijkomen en expanderen in de vorm van belletjes die bovenaan de kolom steeds groter worden. Een dergelijke schuimende waterkolom is veel lichter dan een pure waterkolom en, – afhankelijk van de druk en de diepte -, zal een min of meer schuimend mengsel uiteindelijk aan de oppervlakte komen. Eventuele olie-achtige substanties (zoals veelvuldig aangetroffen bij Amerikaanse onderzoeken) zullen dit proces nog bespoedigen: zij werken als smeermiddel en verhinderen gelijktijdig, het voortijdig uiteenspatten van de belletjes waardoor het gas zelfstandig zou kunnen ontsnappen: Afhankelijk van de heersende gasdruk komt het olie-gas-watermengsel derhalve – meer of minder schuimend – aan de oppervlakte en van veel grotere diepten dan in eerste instantie voor mogelijk werd gehouden.

Tegen de tijd dat een eventuele opwaartse waterdoorbraak wordt ontdekt, zal plaatselijk de gehele grondwatervoorraad zijn verontreinigd. Kankerverwekkende stoffen en gas zullen uiteindelijk, in een onvermijdelijk en onomkeerbaar proces, over een groot gebied het oppervlaktewater bereiken.

“TAQA geeft aan dat de langetermijneffecten op de stabiliteit van het gasveld niet kunnen worden onderzocht, omdat daarvoor de activiteit van het veld na ingebruikname moet worden onderzocht. TAQA wil het aanbevolen nadere onderzoek niet uit laten voeren” aldus de gemeente Bergen die daar om had gevraagd.
Het standpunt van Taqa lijkt op het eerste gezicht niet helemaal onredelijk, je kunt er pas iets over zeggen als het klaar is. En: Inderdaad kan de uiteindelijke integriteit van het veld pas met zekerheid worden vastgesteld, wanneer alle geplande extra putten zijn aangebracht. Gezien de hoge kosten die met de aanleg van deze putten zijn gemoeid, moet echter gevreesd worden dat de verleiding tegen die tijd groot zal zijn, om vooral niet al te moeilijk te doen.
En tegen die tijd zijn er al grote hoeveelheden productiewater, geld en mogelijk zelfs kankerverwekkende chemicaliën in de grond verdwenen en is onderzoek – laat staan stoppen – geen optie meer.

BIJLAGEN

1

[The Garfield County, Colo., report, released in November, was among the first to broadly analyze the ability of contaminants to migrate underground in drilling areas and to find that such contamination was in fact occurring. Using sophisticated scientific techniques, the three-year study examined methane samples from 292 locations and found that methane, as well as wastewater from drilling, was making its way into drinking water not as a result of a single accident but on a broader basis.]

[Now an exhaustive examination of the methane problem in Western Colorado offers a strong scientific repudiation of those arguments. The study matched methane found in dozens of water wells with the same rock layer – a mile and a half underground – where gas companies are drilling. The scientists didn’t say exactly how the gas reached the water, but they indicated with more clarity than ever before that a system of interconnected natural fractures and faults could stretch from deep underground gas layers to the surface.]

[“It challenges the view that natural gas, and the suite of hydrocarbons that exist around it, is isolated from water supplies by its extreme depth,” said Judy Jordan, the oil and gas liaison for Garfield County, Co. and a hydrogeologist who has worked with DuPont and Pennsylvania’s DEP. “It is highly unlikely that methane would have migrated through natural faults and fractures and coincidentally arrived in domestic wells at the same time oil and gas development started, after having been down there …for over 65 million years.” ]

[The researchers did not conclude that gas and fluids were migrating directly from the deep pockets of gas the industry was extracting. In fact, they said it was more likely that the gas originated from a weakness somewhere along the well’s structure. But the discovery of so much natural fracturing, combined with fractures made by the drilling process, raises questions about how all those cracks interact with the well bore and whether they could be exacerbating the groundwater contamination, said Geoffrey Thyne, a senior research scientist at the University of Wyoming’s Enhanced Oil Recovery Institute who wrote the report’s summary and conclusion.]

The report has been met with cautious silence by the industry and by its regulators.

http://www.scientificamerican.com/article.cfm?id=natural-gas-make-water-burn&page=1

OVER HYDRAULIC FRACTURING

2

Buried Secrets: Is Natural Gas Drilling Endangering U.S. Water Supplies?

A Compromised Study

The 2004 EPA study [3] (PDF) is routinely used to dismiss complaints that hydraulic fracturing fluids might be responsible for the water problems in places like Pinedale. The study concluded that hydraulic fracturing posed “no threat” to underground drinking water because fracturing fluids aren’t necessarily hazardous, can’t travel far underground, and that there is “no unequivocal evidence” of a health risk.

But documents obtained by ProPublica show that the EPA negotiated directly with the gas industry before finalizing those conclusions, and then ignored evidence that fracking might cause exactly the kinds of water problems now being recorded in drilling states.

Buried deep within the 424-page report are statements explaining that fluids migrated unpredictably — through different rock layers, and to greater distances than previously thought — in as many as half the cases studied in the United States. The EPA identified some of the chemicals as biocides and lubricants that “can cause kidney, liver, heart, blood, and brain damage through prolonged or repeated exposure.” It found that as much as a third of injected fluids, benzene in particular, remains in the ground after drilling and is “likely to be transported by groundwater.”

The EPA began preparing its report on hydraulic fracturing in 2000, after an Alabama court forced the agency to investigate fracturing-related water contamination there under the Safe Drinking Water Act. Political pressures were also mounting for the agency to clarify its position on fracturing. The 2001 Energy Policy, drafted in part by the office of Vice President Dick Cheney, a former Halliburton CEO, noted that “the gas flow rate may be increased as much as 20-fold by hydraulic fracturing.” While the EPA was still working on its report, legislation was being crafted to exempt hydraulic fracturing from the Safe Drinking Water Act.

Before that happened, however, the EPA sought an agreement with the three largest hydraulic fracturing companies, including Halliburton, to stop using diesel fuel in fracturing fluids. Diesel fuel contains benzene, and such a move would help justify the report’s conclusion that no further studies were needed.

http://www.propublica.org/feature/buried-secrets-is-natural-gas-drilling-endangering-us-water-supplies-1113

3

Voor het rapport van professor Colburn zie hier:

http://s3.amazonaws.com/propublica/assets/natural_gas/colburn_testimony_071025.pdf

Historical information indicates that earthquakes can damage gas wells. Strong ground shaking can also damage exiting and abandoned oil and gas wells causing a conduit to open for gas to escape to the surface.

Natural subsurface geology can contribute to upward gas migration through faults,
permeable alluvial deposits, fault planes, structural discontinuities (fractures and joints) and aquifers. Earthquakes from the various southern California faults in the project vicinity can damage well seals or casings at depths generating new preferential pathways that lead to gas leakage. Gas from shallow sources can also migrate through younger geologic
sediments that have permeable horizons and zones.

http://www.cpuc.ca.gov/Environment/info/esa/playa/pdfs/2vii_geology.pdf

5

The Inspector then comments on the possibility of ruptured pipework and the impact of gas migration and the potential pathways for gas and concludes that …
“In the absence of detailed information, the uncertainty as to the vulnerability of properties to gas migrations,and hence potential explosion, makes this currently an unacceptable location for underground gas storage”.

http://www.pwgroup.org.uk/Chairman.pdf

6

The hydraulic fracture pressure provides an absolute limit to maximum storage reservoir operating pressure, as it is necessary to avoid fracturing through the caprock and allowing gas leakage into overlying permeable formations. Minimum stresses are best determined from hydraulic fracture tests in a formation. When this information is unavailable, then regional stress data can often be reviewed to provide estimates of stresses.

Another constraint on gas storage operations is the pressure at which faulting or substantial bedding plane slip may be induced in the reservoir or overburden. Such overburden damage can be induced by two mechanisms. In the first type of process, pore pressure changes within an existing fault plane may modify the effective normal stress sufficiently to activate the fault. In the second type of process, reservoir compaction and dilation can induce shear stresses in the overburden, resulting in rock failure or slip of weak zones along existing faults or along bedding planes.

http://www.terralog.com/gas_storage_geomechanics.asp

7

TNO Geo 2008 Geomechanisch onderzoek BGM veld

8 Conclusions & Recommendations

8.1 Conclusions
The results of this study are derived from data supplied by TAQA Energy BV. (e.g.
well schemes, injection/production schedules, history matched reservoir model
seismics/fault geometry, stress data, etc) and may not be valid in case of any alterations
to these data prior and during operation of the proposed UGS facility.

3. As the major effect of gas injection and production is during cushion gas
injection and the first injection/production cycle, only these periods have been
modeled. Longer term temperature distributions after a few
injection/production cycli and the effects on stresses are unknown. Faults
subjected to repeat cycling of loading/unloading may exhibit fatigue and failure
at lower stresses. It is recommended to extend the current analysis with
subsequent injection/production cycles to investigate the temperature
distribution and rock response.

5. We emphasize that the modeled temperature effects only apply for gas
injection. Due to the significantly higher heat capacity of water, the area of
which the temperature is affected by the cold water injection will be more
extensive. Hence, in case cold water injection is planned more research is
necessary.

8

Behalve directe locale gevolgen kunnen geïnduceerde bevingen in het Bergermeer systeem door triggering op hun beurt aanleiding geven tot het optreden van grotere aardbevingen bij sluime¬rende breuken. Hierbij is het van belang daarbij de Doggersbank aardbeving die optrad in 1931 (mag¬ni¬tude 6) in beschouwing te nemen. Voor zover ik heb kunnen nagaan wordt aan¬genomen dat deze aardbeving verband houdt met de 300 km lange Boven-Rijn slenk welke van de Doggerbank, de Noord-Hollandse kustlijn ‘door¬snijdend’, via Roermond naar Bazel loopt. Vroegere inzichten dat deze Rijnslenk geologisch niet meer actief is worden thans in twijfel getrokken [6]. De kans op het optreden van bovengenoemde triggering valt buiten mijn beoordeling, echter zou de ernst van een dergelijk scenario zodanig groot zijn dat dit aspect op basis van het voorzorgsbeginsel uitvoerig onderzoek verdient. (Beens, brief Mer)

9

Leaking wells in urban areas represent significant health and safety hazards. Many cities including Los Angeles permit construction of new homes directly over abandoned wells, even though state agencies recommend against this practice, thus placing residents at risk. Explosions and fires, along with possible exposure to substances such as benzene and toluene, are possible when gas reaches the surface through leaking wells and accumulates inside building voids. These potential problems are amplified with Underground Gas Storage fields, where operating pressures, already raised above the declining pressures of the field, fluctuate when alternating gas injection and extraction induce cyclic stress on wellbores and caprock sequences.

[Well integrity: An overlooked source of risk and liability for underground natural gas storage. Lessons learned from incidents in the USA] by Brent Miyazaki.